A

aan-we-zig (bn;~heid)
0.1 (van personen) zich op een bepaalde plaats bevindend →tegenwoordig, present
0.2 (van zaken) ter beschikking staand → voorhanden

♦ zie ook het artikel in het weblog van Mandarte, waarom aanwezigheid mijn basisbegrip is voor de beeldhouwkunst, → (klik)
♦ zie ook "Präsenz"

ana-lo-gie (de~(v.);~en)
0.1 overeenkomst
0.2 (taal) vorming naar het voorbeeld of onder invloed van woorden of vormen
0.3 wat door analogie gevormd is
♦ naar ~ van

 zie ook: Douglas Hofstadter & Emmanuel Sander (2013) Surfaces and Essences
vertaald in 2014 naar het Nederlands als Analogie, de kern van ons denken

"In dit boek over denken zullen analogieën en begrippen een hoofdrol spelen,
want zonder begrippen kan er geen gedachte zijn,
en zonder analogieën kunnen er geen begrippen zijn"

De term autonomie is afgeleid van het Grieks αυτονομία (autonomía, autos (zelf) + nomos (wet), autonomos (eigen wetten opleggend)) en beschrijft het vrij zijn van extern bestuur. Het concept wordt teruggevonden in politiek, technisch, filosofisch, geneeskundig, moreel en psychologisch verband. Het verwijst daarbij vaak naar de capaciteit van een rationeel individu of bestuur om eigen verantwoorde beslissingen te nemen. Een goed Nederlands synoniem is zelfbestuur of bij individuen zelfstandigheid.

Autonome kunst is op veel kunstacademies een zelfstandige richting. De Willem de Kooning academie in Rotterdam schrijft over die studrichting: Je ontwikkelt jouw talent voor beeldende kunst door een veelzijdige training 
in alle aspecten van het beroep: artistiek onderzoek, conceptontwikkeling, technische vaardigheden, communicatie en presentatie én ondernemerschap
in de kunsten. Daarbij word je ook
 op theoretisch gebied geschoold. Onderzoeksvaardigheden stellen je
 in staat je te verdiepen in de rijkdom van de kunstgeschiedenis en relaties te leggen met het actuele discours in de kunsten.

B

Het handwoordenboek van de Nederlandse  taal geeft als eerste betekenis op: “beeld (het ~; ~en) 0.1 driedimensionale afbeelding of uitbeelding van iem. of iets = plastiek”. 
Het lijkt dus altijd te gaan om zowel drie dimensies, als om een af– of uitbeelding, en dat wijst op een voorstelling. Andere termen die proberen dit wijzen op een voorstelling te vermijden, zijn bijvoorbeeld ‘plastiek’ en ‘sculptuur’.
Het  woord  ‘beeld’  in  ‘beeldhouwkunst’  kan  verwarring  zaaien,  omdat  het  vaak  wordt toegepast als aanduiding van een voorstelling.

D

ding (het; o; meervoud: dingen; verkleinwoord: dingetje)
1 voorwerp, zaak
2 gebeurtenis: de dingen die komen en gaan
3 waarderende aanduiding voor een persoon: wat een pienter ding
Het gaat ons om mogelijkheid 1: voorwerp, zaak
Het ding zoals het op zichzelf bestaat, zoals het in wezen is, wordt door de filosoof Immanuel Kant (1724-1804) aangeduid als 'Ding an sich'
Volgens Kant kan de mens de werkelijkheid zoals ze is (de Dinge an sich) niet kennen (!)
Wat ik waarneem is nooit het beeld zelf, maar het beeld zoals het al verwerkt is door mijn zintuigen.
Mijn waarneming berust niet op het beeld als zodanig, maar op de wijze waarop het aan mij verschijnt.Het 'ding op zichzelf' blijft ons echter onbekend.
Alleen de fenomenale wereld, de wereld zoals zij aan mij verschijnt, is het voorwerp van zintuiglijke waarneming, van objectieve kennis.
Samenvattend kunnen we zeggen dat volgens Kant de zintuiglijke waarneming slechts mogelijk is door a priori  vormen van de aanschouwing, met name ruimte en tijd, en de denkcategorieën van het verstand, met name de begrippen. Vandaar dat Kant besluit dat aanschouwing zonder begrippen blind is, en begrippen zonder aanschouwing leeg zijn.
(Overgenomen uit A.A. van den Braembussche, (2000) Denken over Kunst Coutinho, Bussum p.149 en p.151

G

Zie voor de begrippen ‘gevoel en voelen’ bijvoorbeeld: Vendrell Ferran, 2008, pp. 203-210 p 203-210 (Hoofdstuk Die Emotionen und das Fühlen: Ist Fühlen ein Gefühl?)
Haar uitgangspunt is dat emoties en gevoelens sowieso lichamelijk ervaren worden en dat er een sterke analogie bestaat tussen waarnemen en voelen. Eerst beargumenteert Ingrid Vendrell
Ferran waarom er een verschil is tussen ‘voelen’ en ‘gevoel’.  Vervolgens behandelt zij de vraag of emoties het aanvoelen van waarden is. En als dat zo is, of die waarden dan overeenkomen
met wat waargenomen wordt. Tenslotte constateert zij een aantal redenen waarom gevoel niet hetzelfde is als voelen. Emoties kunnen positief, neutraal of negatief zijn, maar hebben geen
affectieve tegenpool.  ‘Geraakt worden door een onrechtvaardige situatie of door de gratie van een gebaar, wil nog niet zeggen dat er een pro- of contra houding ontstaat’.

P

Duits voor 'Aanwezigheid'.

De term is voor het domein van de beeldhouwkunst uitgewerkt door - onder anderen - Hans Ulbricht Gumbrecht in zijn boek Präsenz, (2012) en gaat daarin veel verder dan het Nederlandse begrip.

Een ander belangrijk boek is van Erika Fischer-Lichte: Ästhetik des Performativen, (2004) waarin zij met name de rol onderzoekt van de 'aanwezigheid' van kunstenaar en publiek tijdens performance-opvoeringen.

S

Driedimensionale lichaam uit één of meer delen, met opzet gemaakt binnen het domein van de beeldende kunst. (ook wel: 'ruimtelijke voorwerp')