Voorwerpen (dingen)

Als gezegd bevinden zich in dit barokke interieur van De Appel, dat door Saskia Noor van Imhoff is teruggebracht tot de stijlkenmerken eenheid, licht en maat, voorwerpen van verschillende klassen.
Soms toont Saskia iets dat een kunstwerk zou kunnen zijn. Bijvoorbeeld het portret van een man, wiens naam of een rol niet vermeld wordt.

Het portret wordt drie keer getoond, telkens onder een andere kleurfilter, dat vakfotografen gebruiken om tot de juiste kleurendruk te komen. Elke keer staat het in een andere zaal, in een andere omgeving van kleur, licht, ruimte en naaste voorwerpen. Bij omgeving lijkt het portret iets anders te willen betekenen.
Het bewaren spreekt het sterkst in de installaties in het Stedelijk Museum, waar muurdelen zijn geopend om ons te laten zien, dat er kunst tussen de wanden staat opgeslagen. Een groot schilderij van Karel Appel, maar ook een gipsen mal die Saskia op een kussentje ertussen heeft gelegd. Voorwerpen waarvan we voetstoots aannemen dat het om kunst gaat: we zijn immers in een “museum”! Voorwerpen die hun betekenis verliezen omdat wij ze niet herkennen, nu ze uit hun normale, kunstgeschiedenis-omgeving gehaald zijn. Wie is de geportretteerde, wat is het voor een bal, welke godin stond model voor het gipsen hoofd? Blijft kunst wel kunst als het naamloos, los van zijn geschiedenis en entourage, is opgeslagen?
Kunstwerken, klimaatapparatuur, bouwmateriaal. Preciezer: portretten, pompen met slangen en uitlaten, kistkasten. Schilderij, vernevelaar, tafel. Foto, verdamper, frame. Papier, motor, ijzer. Model, afgietsel, gips. Buste, tafelblad, stearine, kunsthars en boombladeren vergeeld.
Hier doet zich een vermenging voor van het Stedelijk Museum en De Appel. In beide komen de meeste voorwerpen geloofwaardig over als uit het depot genomen. Het grootste verschil is te vinden in de opstelling. De opengezette wanden in het museum werken anders dan de open gezaagde vloeren in het stadspaleis. De eerste signaleren een mogelijke, opzettelijke bewaarplaats, de laatste vooral de toevallige vondst. Bij twee zo dicht op elkaar georganiseerde tentoonstellingen, zowel in ruimte als in tijd, waarbij hetzelfde onderwerp aan de orde lijkt, maar vooral het ontstaansjaar speelt, dringt de vraag zich op: waarom twee zo aan elkaar verwante tentoonstellingen gelijktijdig? Is hier sprake van herhaling, verandering of verdieping? Is dit thema van ruimte en presentatie zo belangrijk dat het nu in twee publieksinstellingen getoond moet worden? Is Saskia zo vernieuwend, verheffend, verwarrend en ont-zettend? Het wordt tijd om naar de betekenis van dit alles op bezoek te gaan.

(Als u op de foto's hieronder klikt, ziet u een vergrote versie)

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen