B Lacrima 14 2014 15Achtergebleven

De Donge vangt hemelwater in overvloed. Zij kolkt zich onvermoeibaar naar de stad.
Onderweg vangt het water regen en dingen uit de lucht: bladeren, vliegen, papier opgezweept door de wind, dansend, drijvend, verdrinkend. Compost voor de bodem.
In een oksel, waar de Donge haar water deelt met het Kromgat, zwelt de bodem van zand en slib tot een streep modder. Vogels schijten er zaad uit tuinen en parken. Wilgenzaad voorop, duikt diep in de drab. Zuurstof, warmte en water blazen er leven in en stuwen een prille kiem omhoog.

Na niet al te lange tijd staat daar een struik. En naast hem nog een en daarnaast weer een, tot een zoom van opschietend groen dat 's winters dun en buigzaam weerstand biedt aan de wind.
Het water grist plastic van de oevers, takken, karton, veren, schapenwollen dotjes, na begrazing achtergebleven in een hek. Als slingers hangt het vuil in de takken, wuivend, soms bengelend aan een iele twijg.
De zon gaat bloedrood onder. In het vroegdonkere winteruur straalt een warm licht in de bosjes. Een koperen weerkaatsing, een licht dat stilletjesaan dooft. Raadselachtig.
In de late ochtend een stralende zon in de strakblauwe ijshemel. Het raadsel lijkt opgelost. Een halve meter boven hun wortels hebben de struiken een stuk steen gevangen, en houden het vast. Een plat stuk wit marmer. Daarop ligt een stuk koper. Het licht in de struiken blijkt dus een koperen vorm, die doet denken aan een ei. Op zijn kant ligt het. Bij nader inzien heeft het een punt op de plek waar een ei een ronde kop heeft. Dit ei is eerder een druppel en heeft de grootte van een kinderhoofd. Het rust op de steen als op een marmereren bed. Wonderlijk dat deze tere takken dit kunnen dragen. Het doet denken aan Moses in het mandje.
 
Dit avontuur aan het water is niet waar. De struik stond niet langs de zoom van het Kromgat.
In werkelijkheid is het een beeld van Joep Struik dat nog in zijn atelier staat. De takken zijn echt, het marmer en de druppel, of traan zoals hij het zelf noemt, zijn ook echt.
Het is een poëtisch beeld, roept nieuwe beelden en herinneringen op. Het Kerstkindje in een kribbe, zei zijn jongste zoon eerder. Zou allemaal goed kunnen, het doet er aan denken maar je ziet geen kribbe en ook geen baby.

 
Wat je ziet zijn een viertal esdoorns, 2.80 m. hoog, die met hun stammen in boardplaat staan. De plaat wordt aan het zicht onttrokken door een heuvel van grond en bladeren zodat het lijkt alsof ze nog in de grond wortelen. Op ca. een meter boven de grond rust horizontaal een plaat Carrara marmer van 50 x 30 cm. Aan een kant steunend op een afgezaagde tak aan de andere kant geklemd tussen de takken, perfect in balans.

Op de licht uitgeholde plaat rust een bronzen vorm van 20x12 cm.aan een kant bol aan de andere kant taps toelopend.
De struiken, de marmeren plaat en de bronzen vorm zijn samen een beeld.Het heet Lacrima 14 en is een van de laatste werken in de Lacrima serie die Joep heeft gemaakt.
Alle materialen hebben dezelfde oorsprong: aarde. Vorm, materiaal, volume, zijn helemaal met elkaar in harmonie. Het beeld vraagt ruimte, een grote lege ruimte. Ik zou me er aan warmen, met alle woorden die ik heb.


(Als u op de foto's hieronder klikt, ziet u een vergrote versie)

Reacties   

0 #1 joep struyk 03-02-2015 12:24
Het mag dan wel poëtisch zijn, zo ook de woorden die er over geschreven werden. En dan het slot: "ik zou me er aan warmen, met alle woorden die ik heb"....dan moet je toch een lacrimaetje wegpinken!
Met dank, Joep.
Citeer

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen